U bent hier:  Home  >  Actueel  >  Nieuws  >  Van Kenniswerkplaats profiteert iedereen

Van Kenniswerkplaats profiteert iedereen

Oege Hiddema van de commissie Wetterwâlden Bjûtenfjild leidt studenten rond in het werkgebied van de commissie.

Ze timmeren al een tijdje aan de weg en halen met diverse projecten de media. Toch genieten Kenniswerkplaatsen slechts bekendheid in kleine kring.

Theo Klein (Friesch Dagblad d.d. 21 maart 2014)
"Klopt", beaamt Anne Clasquin, Kenniswerkplaatscoördinator bij Van Hall Larenstein. "Bij de Kennis­werkplaatsen worstelen ze er ook een beetje mee. Tegelijk merken we dat partijen die met de werkplaatsen werken de meerwaarde ervan ontdekken. Neem de reactie van de initiatiefnemers van Wetterwalden Bûtenfjild. Een dertiental dorpen rond het Bûtenfjild zag toeristische potentie in het waterrijke maar versnipperd gebied. Ze zochten contact met de Kenniswerkplaats Noordoost Fryslân. Het leidde tot een ambitieus maar kansrijk plan. Volgens de initiatiefnemers is het mede aan de inbreng van de Kenniswerkplaats te danken dat Wetterwalden Bjûtenfjild niet het zoveelste recreatieproject wordt maar een plek van duurzame vernieuwing."

Oplossingen
De Kenniswerkplaats is een in 2006 uit het Van Hall Lectoraat Regionale Transitie ontsproten concept. Ondernemers, overheden, bewoners en/of organisaties uit een regio kunnen er met vragen aankloppen. De werk­plaats zoekt er in overleg met de meewerkende onderwijsinstellingen (zoals Friesland College, AOC Terra, Noordelijke Hogeschool, Nordwin College, Van Hall Larenstein en Wageningen University) geschikte studenten bij, die onderzoek verrichten en oplossingen aanreiken.
De voordelen zijn evident: de opdrachtgever (of vraageigenaar in Kenniswerkplaatstaal) krijgt tegen minimale kosten een gedegen en vaak bruikbaar onderzoek. De studenten verdiepen niet alleen hun kennis in hun studiegebied maar leren ook wat werken voor opdracht­gevers inhoudt. Het brengt hen ook in contact met experts en andere studentgroepen die met een vergelijkbaar vraagstuk bezig zijn.
In de beginperiode startten er werkplaatsen in noordelijke economisch minder kansrijke gebieden als de Veenkoloniën, Westerkwartier en Noordoost-Fryslân. Inmiddels zijn er ook buiten Noord Nederland werkplaatsen gestart. In de eerste fase lag het accent op korte losstaande  projecten zoals een onderzoek naar het lokaal vermarkten van melk om regionale productie te koppelen aan regionale consumptie.

Draagvlak
Latere projecten zochten meer aansluiting bij regionale beleidsplannen. Zo speelt bij de Kenniswerkplaats Noordoost Fryslân de Agenda Netwerk Noordoost (ANNO)  een belangrijke rol. Deze agenda om­vat uitgewerkte projecten van het sociaaleconomisch plan 'Netwerk Noordoost-wonen en werken in netwerken'. De projecten krijgen zo een breder draagvlak en meer impact op langere termijn. Daarnaast komt er ook steeds meer aansluiting tussen onderzoek en uitwerking. Soms is er voor een opdracht eerst onderzoek nodig door studenten uit Wageningen of van Van Hall. Leidt dat tot  concrete plannen dan kunnen bijvoorbeeld  studenten van het Nordwin College daar in stappen. Via de  kenniswerkplaatsen dragen studenten zo echt bij aan de regionale ontwikkeling op langere termijn. De impact van de projecten is moeilijk aan te geven vindt Clasquin: "In december is een project over de mineralenhuishouding van boeren afgerond. Nordwin-studenten hielpen negen boeren bij het invullen van de kringloopwijzer voor de mineralenbalans. Het bijhouden van de mineralenhuishouding is geen verplichting maar wel een belangrijk hulpmiddel om te voorkomen dat een boer te veel kunstmest gebruikt. Veel boeren vinden het echter een ingewikkeld klusje. Of dit project tot gedragsverandering bij boeren gaat leiden is lastig te zeggen. Maar uit de discussie bij de slotbijeenkomst merk je wel dat het bijdraagt aan bewustwording bij boeren en toekomstige boeren. Zo vond een van de Nordwin-leerlingen “overbemesten net zo iets is als in één maaltijd voor drie dagen tegelijk eten."

Duurzaamheid
Hoewel het thema duurzaamheid geen uitgangspunt is bij de kennis­ werkplaatsen hebben alle projecten en onderzoeken tot nu toe er in meerdere of mindere mate mee te maken. Bij de onlangs gestarte Kenniswerkplaats Dorpsenergieplan in de Veenkoloniën is duurzaamheid de kern van het project. "Een aantal dorpen uit deze streek wilde duurzame energieplannen ontwikkelen. Studenten maakten een rekenmodel om de verschillende vormen van duurzame energie te vergelijken en onderzochten welke alternatieve energievormen haalbaar zijn. Verschillende studentgroepen ondersteunen dorpsbewoners in dorp."
Een volgende stap is een methode ontwikkelen om energieplannen voor andere dorpen op te kunnen stellen. "Zo trek je vragen van bepaalde partijen echt breed. In veel dorpen en streken in de noordelijke regio lopen mensen en organisaties tegen dezelfde soort vragen op. Zon­ de om de kennis en kunde die via de Kenniswerkplaats wordt opgedaan tot de vraageigenaar te beperken. Het plan is ook om een aantal voor dorpen  interessante  resultaten  op de website van Netwerk Duurzame Dorpen te zetten. Zo kunnen ook mensen en organisaties buiten de regio ervan profiteren."